Over saneren

Wat is bodemsanering?

Bodemsanering is het proces om een stuk grond vrij van bodem­verontreiniging te maken. Om de verontreiniging in kaart te brengen en de sanerings­techniek te bepalen, wordt eerst een aantal onderzoeken uitgevoerd. De sanering zelf kan gebeuren door diverse technieken. De keuze en uitvoering hangen onder andere af van de aard en de ernst van de verontreiniging en van de functie van de bodem. Ook de plaats waar de verontreiniging zich bevindt (op het niveau van de grond, het grondwater of beide) speelt een rol.

Bodemonderzoeken

Oriënterend bodemonderzoek (OBO)

Dit bodemonderzoek, uitgevoerd door een erkend bodem­sanerings­deskundige, stelt vast of de bodem al dan niet verontreinigd is. Het identificeert ook de bron van de verontreiniging en gaat na wanneer ze ontstond. Het is de (gewezen) uitbater, gebruiker of eigenaar van het perceel die de onderzoeks­opdracht geeft. Voor een lijst van officieel erkende bodems­anerings­deskundigen, klik hier.
Stelt het OBO geen verontreiniging vast, dan hoeft er geen verder onderzoek te gebeuren en kan er ook geen aanvraag bij Tersana worden ingediend.

Bodemonderzoeken

Beschrijvend bodem­onderzoek (BBO)

Als uit het eerste onderzoek verontreiniging blijkt, dan volgt een beschrijvend bodemo­nderzoek (BBO). Dat onderzoek wordt uitgevoerd door een erkend bodem­sanerings­deskundige. Het geeft een beeld van de ernst en omvang van de verontreiniging en gaat na of een sanering noodzakelijk is.

Bodemsanerings­project (BSP)

Als uit het beschrijvend bodem­onderzoek een sanerings­plicht blijkt, wordt een evaluatie gemaakt van de sanerings­technieken. Dat noemt men een bodemsaneringsproject (BSP). De meest aangewezen sanerings­techniek wordt ter goedkeuring aan de overheid voorgelegd. Met de goedkeuring bekomt u gelijk de vergunning om de werken uit te voeren.

Saneringswerken

Civieltechnische werken

Een veel gebruikte saneringstechniek bestaat erin om de verontreinigde grond te ontgraven. In sommige gevallen gaat dat gepaard met een verlaging van het grondwater (bemaling). Om goed te kunnen ontgraven zijn vaak stabieltechnische maatregelen vereist (bijvoorbeeld plaatsen van damwanden). De verontreinigde grond wordt afgevoerd naar een erkend centrum voor grondreiniging, waar de grond gezuiverd wordt.

In-situsanering

Bij deze techniek worden filters geplaatst om de grond of het grondwater (verder) te zuiveren via een onttrekkings­systeem. Na plaatsing van de filters kan het terrein meestal opnieuw in gebruik worden genomen. Een mogelijke techniek is ‘venting’. Daarbij wordt het grondwater verlaagd en wordt de verontreinigde lucht uit de grond gezogen. Het verontreinigde water en de verontreinigde lucht worden ter plaatse opgevangen en gezuiverd. Een in-situsanering kan zes maanden tot meerdere jaren duren.

Monitoring

Na de uitgevoerde bodem­sanerings­werken wordt de grondwater­kwaliteit meestal nog een tijd gecontroleerd. Zijn de resultaten positief en is er sprake van een stabiele eindtoestand, dan wordt de sanering als afgerond beschouwd.

Eindevaluatieonderzoek

Als de saneringswerken zijn uitgevoerd en de monitoring is afgerond, wordt een eindevaluatie­rapport opgesteld. Dat is een verslag dat de uitgevoerde werken omschrijft en aantoont dat een stabiele eindtoestand is verkregen. Als de overheid (OVAM) dit eindverslag goedkeurt, wordt een eind­verklaring afgeleverd. Hiermee is de sanering volledig afgerond.